Luis de la Fuente is de meest succesvolle Spaanse bondscoach ooit. Na de Nations League in 2023 en de Europese titel van 2024 volgde afgelopen zomer ook de wereldtitel. Opvallend genoeg zoekt hij de verklaring daarvoor niet in tactiek of individuele klasse, maar in één woord dat hij voortdurend gebruikt: familie. Veel van zijn spelers kent hij al sinds hun jaren in de Spaanse jeugdelftallen, en juist die langdurige band vormt volgens De la Fuente de basis onder zijn succes.
De loopbaan van De la Fuente laat zien hoe grillig een trainerscarrière kan verlopen. Op zijn vijftigste leek de trainerscarrière van Luis de la Fuente namelijk op een dood spoor te zitten. Twee keer was hij als hoofdtrainer in het seniorenvoetbal voortijdig ontslagen: in 2001 bij Aurrerá de Vitoria (Segunda División B, het derde niveau) en tien jaar later bij Deportivo Alavés (eveneens Segunda División B). Die laatste baan duurde slechts enkele maanden. Hoger dan het derde niveau had De la Fuente als hoofdtrainer van een seniorenteam nooit gewerkt.
Bij jeugd- en beloftenteams verliep zijn loopbaan stabieler. De la Fuente werkte vier jaar in de jeugdopleiding van Sevilla en was later bij Athletic Club actief met jeugdspelers en het tweede elftal, Bilbao Athletic. Zijn beste resultaat in die periode behaalde hij met de Juvenil A van Athletic: in het seizoen 2005/06 eindigde zijn ploeg als tweede in de División de Honor, op één punt van kampioen Real Zaragoza. In veertien jaar als trainer had De la Fuente op dat moment dus nog nooit een prijs gewonnen.